De wormenbak

Welkom! Op deze pagina kan u meer informatie vinden over het opstarten van een wormenbak.

Je kan heel veel informatie terugvinden in de folder van Ivago. Ik leg verder uit hoe ik mijn wormenbak gemaakt heb en wat je nodig hebt om zelf aan de slag te gaan.

Ik heb gekozen voor een gestapelde wormenbak. Dit is het makkelijkste model om zelf te maken. Het enige dat je nodig hebt zijn bakken met dezelfde afmetingen die stapelbaar zijn (te verkrijgen bij de doe-het-zelf-zaak) en waar je in de bodem vrij makkelijk gaatjes kan maken. Koop meteen genoeg bakken, ik heb er momenteel drie in gebruik en eentje op reserve. Je hebt ook één deksel nodig dat goed past op de bak (dus liefst met een soort kliksysteem). Als je deksel transparant is, kan je het afdekken met een zwart stuk plastic, want wormen houden niet van licht. Verder heb je natuurlijk ook wormen nodig: die kan je het best halen bij iemand met een mesthoop, compostvat of wormenbak. Het is echt niet nodig om ‘speciale’ wormen te bestellen via internet. De wormen verplaats je best in hun natuurlijke omgeving (=compostgrond). Ivago raadt aan om een 5-tal liter compost met wormen te nemen om mee te starten. Als je de compost van een mesthoop of compostvat haalt, zullen er ook andere woelers inzitten zoals pissebedden, duizendpoten, mieren… dat is prima, hoe meer beestjes, hoe meer vreugd! Het is wel best om je bak te starten in het voorjaar, als het niet te koud meer is. Bovendien zal het ook makkelijker zijn om dan wormen te vinden, want in de winter houden die zich liefst wat dieper in de grond schuil.

Je hebt één bak nodig zonder gaten in de bodem. Dit wordt de bak waarin het percolaat (de vruchtbare vloeistof die de wormen produceren) wordt opgevangen. Daarnaast maak je in de tweede bak relatief kleine gaatjes (zo’n 3-5 mm doorsnede) zodat de wormen er niet al te gemakkelijk door vallen, maar het wel kan doordruppen en verluchten. De bakken daarboven mogen gaten van zeker 1 cm doorsnede hebben. Je kan die gaten maken met een boor. Bij gebrek aan een boor heb ik de gaatjes gemaakt met een verhitte fonduepen, wees vooral voorzichtig als je voor deze optie kiest.

In de onderste bak zet je enkele ondersteuningselementen, bv. blokjes hout, bakstenen of omgekeerde bloempotten. Daarop plaats je de tweede bak. Hierin komen je wormen. Je begint deze tweede bak met een ‘beddinglaag’ bestaande uit makkelijk verteerbaar, luchtig materiaal zoals verdorde plantenstengels, houtsnippers, gekapt stro… Daarop deponeer je de wormen, die zich liefst in hun natuurlijke verplaatste habitat bevinden. Daarboven leg je de eerste bescheiden laag groente- en fruitafval (een 5tal cm dik), eventueel losjes afgedekt door versnipperde kranten, karton en eierschalen. Nu moet je geduld oefenen (dit was voor mij het moeilijkste gedeelte) en de bak enkele weken laten staan. De wormen moeten immers wennen aan hun nieuwe omgeving, en het organisch materiaal zal eerst beginnen schimmelen alvorens het opgegeten wordt. Panikeer dus niet als de boel begint te schimmelen, dit is normaal! Na een tijdje zal je merken dat het materiaal begint te composteren, dan kan je nieuw keukenafval toevoegen. Zet je bak op een beschutte plaats, binnen of buiten (niet in de blakke zon en niet in de ijzige kou). De mijne staat in het voorjaar en de zomer buiten, ook omdat het dan makkelijker is om de fruitvliegjes buiten te houden (hoewel er wel manieren zijn om deze te verminderen, zie de brochure van Ivago).

Als je een aardige laag compost hebt die al vrij goed verwerkt is en je wormen zijn al enkele maanden aan het kweken, kan je een volgende bak bovenop deze laag plaatsen. Dit is gewoon een nieuwe bak met vrij grote gaten. Je vult deze bak opnieuw met groente- en fruitresten. De wormen zullen vanzelf door de gaten op zoek gaan naar eten. Als je na enkele dagen wilt testen of het lukt, hef dan even deze laag op. Als je in de onderste bak de wormen aan de oppervlakte ziet krioelen, zit het goed! Zo kan je in feite blijven stapelen, al is het makkelijker om af en toe wat van de zuiverste compost te oogsten en te gebruiken.

Let op! Je kan niet zomaar alles in de wormenbak gooien. Wormen houden van groente- en fruitafval (in kleine stukken), koffiedik, theezakjes, geplette eierschalen en verwelkte bloemen en planten. Ze houden niet van zuivel, gekookte etensresten, pasta, brood, rijst, mest, olie, saus enz… Let ook op met grote concentraties zure dingen: af en toe een citrusschil kan geen kwaad, maar te veel zuur ineens kan de pH in de bak verstoren. De beste manier om dit te controleren is af en toe je neus in de bak steken: als de bak neutraal naar compost ruikt, is er niks aan de hand. Als het stinkt kan het zijn dat je bak te zuur is en/of de wormen aan het sterven zijn. Voeg dan zeker geen nieuw voedsel toe, verlucht je materiaal (omscheppen) en voeg wat beddingmateriaal toe. Als je geen wormen meer kan vinden in de bak, is het waarschijnlijk te laat en zal je opnieuw moeten beginnen… Meer info over probleemsituaties (o.a. fruitvliegjes) vind je in de brochure van Ivago.

Het percolaat zal na enkele weken beginnen vormen in de onderste bak (bij mij duurde dit wel een tijdje, dus geen paniek). Deze vloeistof is zeer vruchtbaar. Je kan ze dus ‘oogsten’ en verdunnen met water (1/10 percolaat/water) en aan je planten geven als meststof. Na verloop van tijd kan je ook de onderste laag compost oogsten en gebruiken als potgrond.

Voila, dit is de werking van de wormenbak in a nutshell. Ik hoop dat ik je heb kunnen aanmoedigen om zelf ook met een wormenbak te beginnen. Wil je meer weten of heb je vragen, stuur me dan gerust een bericht, of contacteer een specialist in je buurt via www.ovam.be.

One comment

  • Esther
    15 mei 2015 - 8:39 am | Permalink

    Mijn wormen heb ik al een jaar. Ze hebben de winter overleefd! Joehoe! Nu veel mieren in de bak. Zo kwam ik op jouw site met duidelijke informatie, waarvoor dank!

  • Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


    8 × vier =

    De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>